m'n

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

  enkelvoud meervoud
bijvoeglijk zelfstandig bijvoeglijk zelfstandig
1e persoon mijn
m'n
mijne ons, onze onze
2e persoon
(informeel)
jouw
je
jouwe jullie
je
-
2e persoon
(formeel)
(regionaal)
uw uwe uw uwe
3e persoon
(mannelijk)
zijn
z'n
zijne hun hunne
3e persoon
(vrouwelijk)
haar
d'r
hare
3e persoon
(onzijdig)
zijn
(ervan)
-
Uitspraak
  • IPA: /mən/, /mṇ/
Woordafbreking
  • m'n

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Woordherkomst en -opbouw
  • Fonetisch gereduceerde vorm van mijn.

Bezittelijk voornaamwoord

m'n

  1. van de eerste persoon enkelvoud
    Ken jij m'n neef toevallig?
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen