werd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werd

Werkwoord

vervoeging van
worden

werd

  1. enkelvoud verleden tijd van worden
    • Ik werd. 
    • Jij werd. 
    • Hij, zij, het werd. 
     Na veel passen en meten werd duidelijk dat we om en om op onze zij moesten gaan liggen.[1]

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

Bijvoeglijk naamwoord

werd

  1. waard
    «..vir al wat hulle werd is.»
    voor alles wat ze waard zijn.