werd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werd

Werkwoord

vervoeging van
worden

werd

  1. enkelvoud verleden tijd van worden
    Ik werd.
    Jij werd.
    Hij, zij, het werd.

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.


Afrikaans

Bijvoeglijk naamwoord

werd

  1. waard
    «..vir al wat hulle werd is.»
    voor alles wat ze waard zijn.