worden/vervoeging
Uiterlijk
| vervoeging van de bedrijvende vorm van worden | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| onbepaalde wijs | kort | lang | |||||||
| onvoltooid | tegenwoordig | worden | te worden | ||||||
| toekomend | zullen worden | te zullen worden | |||||||
| voltooid | tegenwoordig | zijn geworden | te zijn geworden | ||||||
| toekomend | geworden zullen zijn | geworden te zullen zijn | |||||||
| onvoltooid deelwoord | voltooid deelwoord | gebiedende wijs | aanvoegende wijs | ||||||
| wordend | geworden | ev. word | mv. verouderd wordt | worde | |||||
| aantonende wijs | enkelvoud | meervoud | |||||||
| onvoltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||
| ik | jij, je | u | gij, ge | hij, zij, het | wij, we | jullie | zij, ze | ||
| tegenwoordig (o.t.t.) | word | wordt | wordt | wordt | wordt | worden | worden | worden | |
| verleden (o.v.t.) | werd/wierd | werd/wierd | werd/wierd | werdt[1] | werd/wierd | werden/wierden | werden/wierden | werden/wierden | |
| toekomend (o.t.t.t.) | zal worden | zult/zal worden | zult/zal worden | zult worden | zal worden | zullen worden | zullen worden | zullen worden | |
| voorwaardelijk (o.v.t.t.) | zou worden | zou worden | zou(dt) worden | zoudt worden | zou worden | zouden worden | zouden worden | zouden worden | |
| voltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||
| ik | jij, je | u | gij | hij, zij, het | wij | jullie | zij | ||
| tegenwoordig (v.t.t.) | ben geworden | bent geworden | bent/is geworden | zijt geworden | is geworden | zijn geworden | zijn geworden | zijn geworden | |
| verleden (v.v.t.) | was geworden | was geworden | was geworden | waart geworden | was geworden | waren geworden | waren geworden | waren geworden | |
| toekomend (v.t.t.t.) | zal geworden zijn | zal/zult geworden zijn | zult/zal geworden zijn | zult geworden zijn | zal geworden zijn | zullen geworden zijn | zullen geworden zijn | zullen geworden zijn | |
| voorwaardelijk (v.v.t.t.) | zou geworden zijn | zou geworden zijn | zou/zoudt geworden zijn | zoudt geworden zijn | zou geworden zijn | zouden geworden zijn | zouden geworden zijn | zouden geworden zijn | |
- ↑ De vervoeging van sterke werkwoorden bestaat uit de verledentijdsstam (verleden tijd enkelvoud) met uitgang -t (behalve als de stam al op een t eindigt).