geworden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·wor·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
geworden
gewerd
geworden
klasse 7 volledig

Werkwoord

geworden [2]

  1. onovergankelijk ten deel vallen, te beurt vallen
    • De vraag die zich nu stelt is wat er gewordt van het koningschap na het overlijden van de koning. 
    • Op zijn gelaat ligt iets vergenoegds en blijmoedigs, als gewerd hem nu de ware belooning voor inspanning of arbeid. 
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
geworden

geworden

  1. voltooid deelwoord van geworden

Deelwoord

deelwoord
onverbogen geworden
verbogen geworden
vervoeging van
worden

geworden voltooid deelwoord van worden

  1. vormt de voltooide tijden
    • Hij was piloot geworden. 
  2. attributief gebruikt
    • Dat is een door zijn boeken wereldwijd bekend geworden schrijver. 
  3. bijwoordelijk gebruikt
    • Rood geworden van ergernis schreeuwde hij: "Hé, zeg! Laat dat!". 
Hyponiemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen