convenir

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Woordafbreking
  • con·ve·nir

Werkwoord

convenir

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
convenir
convenía
convenido
volledig
  1. (onovergankelijk) afspreken
  2. overeenkomen
  3. toegeven
  4. (overgankelijk) schikken, uitkomen
Synoniemen