blauwwordens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blauw·wor·dens
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van blauw en worden met het achtervoegsel -s

Zelfstandig naamwoord

blauwwordens

  1. genitief van blauwworden
    • De Wet zou 't euvel opnemen als men een „natuurlyk" kind sloeg ... tot blauwwordens toe. Als men het in 't water gooide... tot verdrinkens toe. Als men 't de keel dichtkneep... tot smorens toe.[1] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. blz 7 Ideën, Deel 2
    Multatuli
    Elsevier 1889