wijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wijn
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘drank van gegiste druiven’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord wijn wijnen
verkleinwoord wijntje wijntjes

Zelfstandig naamwoord

wijn m

  1. (oenologie), (drinken) alcoholhoudende drank die verkregen wordt door de gisting van druiven
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen