tarwe

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tar·we
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: tarwe, tarve, teerv
Oudnederlands: tarwa (in Tarwedic)
Germaans: *tarwō
Indo-Europees: *dr̥Hu̯eh₂
  • Verwant in Germaans:
West: Middelnederduits: tarwe, terwe, Engels: tare ‘voederwikke; onkruid’
  • Verwant in Indo-Europees:
Wels: drewg ‘dolik, raaigras’, Litouws: dirvà ‘zaadveld’, Oudgrieks: dáratos (δάρατος) ‘brood’, Sanskrit: dū́rvā (दूर्वा) ‘handjesgras’
enkelvoud meervoud
naamwoord tarwe -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tarwe m (ontelbaar)

  1. (graan) graan van het geslacht Triticum - een van de belangrijkste graansoorten waarmee de mensheid zich voedt
  2. meest verbouwde tarwe soort (gewone tarwe of Triticum aestivum)
  3. het zaad van tarwe, onder andere gebruikt voor het maken van brood en pasta
Verwante begrippen
Vertalingen


Meer informatie