Naar inhoud springen

rijst

Uit WikiWoordenboek
[3] Rijst.
  • rijst
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘graansoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1252 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord rijst -
verkleinwoord - -

derijstm

  1. (graan) (voeding) graan van het geslacht Oryza op Wikispecies
  2. de meest verbouwde rijstsoort (Oryza sativa op Wikispecies)
     Candida had een heerlijke maaltijd voor ons gemaakt, een kipsalade, rijst met tomatenchutney en een crumble die het kon opnemen tegen die van Arabella.[2]
     ' Toen mijn tante het laatste beetje gebakken rijst op had, ruimden we alles op.[3]
  3. zaden van de rijstplant
vervoeging van
rijzen

rijst

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rijzen
    • Jij rijst. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rijzen
    • Hij rijst. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van rijzen
    • Rijst! 
     Een kolossale explosiewolk rijst omhoog, de dampkring in.[4]
     Pal achter de hoepel van de dampkring is de zon, en in de komende minuut rijst die boven de horizon en overspoelt de aarde, en binnen een paar tellen zal de dageraad komen en gaan, waarna het daglicht overal tegelijk is.[5]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]