haver

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord haver (havers)
verkleinwoord (havertje) (havertjes)

Zelfstandig naamwoord

haver v/m

  1. (plantkunde), (graan) Avena sativa op Wikispecies, een éénjarige plant die behoort tot de Grassenfamilie en die tevens een graansoort is
    • - Want hoewel we misschien om de wonderlijke charme van zijn definitie van 'olifant' lachen, of van 'haver' (een graangewas dat in Engeland over het algemeen aan paarden wordt gegeven, maar in Schotland de mensen voedt') of 'lexicograaf (een schrijver van woordenboeken; een onschadelijke zwoeger die zich bezighoudt met het opsporen van de oorsprong en het nauwkeurig beschrijven van de betekenis van woorden'), we kunnen alleen maar versteld staan van zijn aanpak van, zeg maar, het werkwoord take. Johnson gaf met ondersteunende citaten niet minder dan 113 betekenissen van de transitieve vorm van dit werkwoord en 21 van de intransitieve. [4] 
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Catalaans

Woordafbreking
  • ha·ver
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse habeo.
stamtijd
tegenw.
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
he havia hagut
2e vervoeging volledig onregelmatig

Werkwoord

haver

  1. hebben
    «No, no ho ha fet.»
    Nee, hij heeft het niet gedaan.
Opmerkingen

haver wordt alleen gebruikt als hulpwerkwoord en in vaste verbindingen. Voor de normale betekenis van 'hebben' als 'iets bezitten of vasthouden' wordt tenir gebruikt.

Afgeleide begrippen


Indonesisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

haver

  1. (plantkunde) haver


Javaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

haver

  1. (plantkunde) haver