weit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weit
enkelvoud meervoud
naamwoord weit -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

weit v/m

  1. (graan) (verouderd) tarwe
    • Hoeveel kost de lange weit?[1] 

Gangbaarheid

28 % van de Nederlanders;
37 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Groot nederduitsch taalkundig woordenboek. Petrus Weiland 1859
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Duits

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

weit

  1. wijd, breed