weit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weit
enkelvoud meervoud
naamwoord weit -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

weit v/m

  1. (graan) (verouderd) tarwe
    • Hoeveel kost de lange weit?[1] 

Gangbaarheid

28 % van de Nederlanders
41 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Groot nederduitsch taalkundig woordenboek. Petrus Weiland 1859


Duits

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

weit

  1. wijd, breed