gifstof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Waarschuwingssymbool voor een gifstof
Uitspraak
Woordafbreking
  • gif·stof
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gifstof gifstoffen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gifstof v/m

  1. een stof die een schadelijke invloed heeft op een levend organisme
    • Neem de bijwerkingen. Ja, ieder vaccin heeft ze. Vaccinaties bevatten fragmenten van ziekteverwekkende virussen of bacteriën. Die veroorzaken een afweerreactie die het afweersysteem een ‘geheugen’ geeft - en een vaak beslissende voorsprong als de echte ziekteverwekker ingeademd of ingeslikt wordt. Behalve bacterie- of virussstukjes kan het vaccin ook de gifstof van een bacterie bevatten, of een nog levend, maar verzwakt virus dat zelf geen ziekte meer veroorzaakt. Hoe dan ook veroorzaakt een vaccin een afweerreactie. En actieve afweer betekent: hangerig, malaise, huilen, koorts en een rode gezwollen plek op de injectieplaats. Werking of bijwerking? In iedere bijsluiter staan ze als bijwerking vermeld. [1] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Wim Köhler 25 november 2016
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be