brandstof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

brandstof in tank
Uitspraak
Woordafbreking
  • brand·stof
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord brandstof brandstoffen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

brandstof v/m

  1. stof waaruit door middel van verbranding of een ander chemisch proces energie wordt gewonnen
    • Waterstof heeft de toekomst als energiebesparende brandstof. 
    • Voedsel is brandstof voor het lichaam. 
     Hier groote putten van zeer goede koolen , en misschien is 'er geen land in de waereld , daar die brandstof zoo overvloedig valt.[1]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Algemeene oefenschoole van konsten en weetenschappen. Tweede afdeeling; behelzende de natuurlyke historie des aardryks.” (1782), Meyer, Pieter (erven) Amsterdam
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be