stofdoek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stof·doek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stofdoek stofdoeken
verkleinwoord stofdoekje stofdoekjes

Zelfstandig naamwoord

stofdoek m

  1. (huishouden) textielen doek gebruikt om huisstof af te nemen
    • Vouw de stofdoek in vieren of achten en gebruik steeds een schoon stuk.[1] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen