lesstof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • les·stof
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lesstof lesstoffen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lesstof v/m

  1. (onderwijs) in het onderwijs een afgebakende hoeveelheid kennis die men moet opdoen, oftewel datgene dat binnen onderwijs geleerd wordt of dient te worden
    • Toch gebeurde dat niet op de reguliere basisschool Het Kleurenorkest in Limmen. Daar hielden ze veel rekening met hem. De meester was rustig en legde bovendien de lesstof anders uit. „Ik ben wel slim maar leer op een andere manier”, zei Merlijn destijds in NRC. Hij was na een depressieve periode, waarin hij zelfs niet meer wilde leven, eindelijk op zijn plek. Maar hoe zijn leven er na de basisschool uit zou zien, „dat weet niemand”. [1] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Juliette Vasterman 5 februari 2017