compound

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pound

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord compound compounds
verkleinwoord compoundje compoundjes

Zelfstandig naamwoord

compound m

  1. mengsel van een kunststof met hulpstoffen zoals weekmaker, stabilisator, kleurmiddel enz
  2. omheinde leefgemeenschap, waarbinnen mensen gemeenschappelijk leven
    Op 4 juni raakt president Saleh gewond bij een aanval op zijn compound in the Jemenitische hoofdstad Sanaa
    compound bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
compound compounds

Zelfstandig naamwoord

compound

  1. (scheikunde) verbinding