stuff

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: stuf


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stuff
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stuff -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

stuff m

  1. materiaal waarmee je verder kunt werken (meestal in abstracte betekenis)
    • Hij wil dingen van ons, om op te schrijven. ‘Geef me stuff! Harde brokken. Mag het ergens over gaan wat ik te schrijven zit? En heren... Wees daarbij wat guller met gevoel, geef me zicht. Wat gebeurt er buiten? Gaan er dingen om in ons verstand?’ [4]
  2. (informeel) recreatief gebruikt roesmiddel
    • Zij zat in een koffieshop, nou, ik kwam daar elke keer. Gewoon om stuff te kopen. [5]
  3. (informeel) diverse voorwerpen als een geheel opgevat
    • Zijn opa en oma helpen Justin om zijn stuff in het museum te krijgen. Onder andere zijn Grammy Award, microfoons, hockey tas en persoonlijke brieven zijn te zien in het museum. [6]
Synoniemen
  1. [3] spul

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
56 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Engels

Zelfstandig naamwoord

stuff

  1. stof, materiaal
  2. kern, essentie
  3. troep
  4. roesmiddel, drugs

Werkwoord

stuff

  1. schrokken, vreten
  2. opzetten (van dode dieren)