rol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rol
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opgerold stuk’ voor het eerst aangetroffen in 1280 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord rol rollen
verkleinwoord rolletje rolletjes

Zelfstandig naamwoord

rol v/m

  1. cilindervormig voorwerp
  2. een rond een spil gewonden lange strook papier of stof
    • Ik heb nòg een rol van die zandgele stof. 
  3. een uitbeelding van een personage in een film of toneelstuk
    • Hij speelde de rol van Hendrik VI. 
  4. lijst, register
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • De rollen omkeren
wat de een normaal doet doet de ander nu en andersom
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
rollen

rol

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rollen
    • Ik rol. 
  2. gebiedende wijs van rollen
    • Rol! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rollen
    • Rol je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen