rolfok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rol·fok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rolfok rolfokken
verkleinwoord rolfokje rolfokjes

Zelfstandig naamwoord

rolfok v / m

  1. (scheepvaart) fok die tijdens het zeilen mechanisch kan worden op- of uitgerold, zodat het zeiloppervlak continu kan worden gevarieerd

Gangbaarheid