register

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·gis·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Middeleeuws-Latijn registrum, van het Laatlatijnse regesta (“lijst”), van het Latijnse regerere (“opnemen, dragen”), van re- + gerere (“dragen”) [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord register registers
verkleinwoord registertje registertjes

Zelfstandig naamwoord

register o

  1. voortdurend bijgehouden lijst met gegevens over personen of zaken (b.v. bij een kadaster), bestand
  2. inhoudsopgave, index
  3. een serie orgelpijpen in een pijporgel met dezelfde klankkleur, orgelregister
  4. (muziek) o.a. deel van de toonomvang van een instrument of stem, stemregister
  5. (taalkunde) stilistische variatie gebonden aan een bepaalde situatie (stijlregister, taalregister)
  6. (informatica) een rij van MS-elementen waarin de belangrijkste operaties van een computer plaatsvinden zoals optellen, vermenigvuldigen etc. (o.a. schuifregister)


Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl