hoofdrol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoofd·rol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoofdrol hoofdrollen
verkleinwoord hoofdrolletje hoofdrolletjes

Zelfstandig naamwoord

hoofdrol v/m

  1. (toneel), (filmkunst) de centrale figuur in een draaiboek of toneelstuk
    • Hij speelde niet de hoofdrol in dat stuk, maar zijn toneelspel maakte toch grote indruk. 
  2. (figuurlijk) de belangrijkste handelende persoon
    • Voor DTC'07 is doorgaans geen hoofdrol weggelegd in de competitie. De fusieclub uit Lattrop en Tilligte moet vaak tevreden zijn met een rol als middenmoter in de vijfde klasse. Maar dit seizoen is er hoogstwaarschijnlijk veel meer mogelijk. [1] 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tubantia Stefan Wegdam 15-12-18 DTC’07 doet eindelijk mee om de prijzen