rolvormig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rol·vor·mig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rolvormig rolvormiger rolvormigst
verbogen rolvormige rolvormigere rolvormigste
partitief rolvormigs rolvormigers -

Bijvoeglijk naamwoord

rolvormig

  1. vorm van een rol hebbend
    • De hals is gevormd als een rol of ronde zuil, - hij is cilinder- of rolvormig. De romp is ook tamelijk rolvormig, doch van voren en van achteren een beetje plat. 

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.