verfrol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

[1] verfrol
Uitspraak
Woordafbreking
  • verf·rol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verfrol verfrollen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verfrol v/m [1]

  1. gereedschap waarmee men verf gelijkmatig kan aanbrengen op een vlak oppervlak
    • Prinses Beatrix zet haar leesbril op en buigt zich naar voren. Wat voor project ligt hier voor haar? Aha. Een voelbord. Hier moeten straks de handen van kinderen met een verstandelijke beperking over sponsjes wrijven, langs de zachte haren van een verfrol strijken, voelen aan de bobbels van een massageroller. [2] 
    • De meest hevige groeistuipen deden zich voor in 1992 toen D66-wethouder Marja Baak struikelde over de restauratie van het schilderij Who's afraid for Red Yellow and Blue III. De Amerikaanse restaurateur bleek voor het gemak met een verfrol over het schilderij te zijn gegaan: Amsterdam had zijn kunstschandaal. [3] 
  2. deel van een drukmachine die de drukinkt opneemt vanuit het verfbad
Synoniemen
Hyperoniemen
96 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.


Gangbaarheid

Verwijzingen