Naar inhoud springen

rollen

Uit WikiWoordenboek
  • rol·len
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zich wentelend voortbewegen’ voor het eerst aangetroffen in 1285 [1] [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rollen
rolde
gerold
zwak -d volledig

rollen

  1. zich wentelend over een oppervlak bewegen
    • De sneeuwbal rolde al groter wordend het talud af. 
     Dan kun je die traan ook gewoon laten rollen, die hoeft niet weggeanalyseerd te worden.[3]
  2. inergatief (luchtvaart) Met rollen wordt in de luchtvaart een beweging om de langsas aangeduid.
  3. inergatief (scheepvaart) (van een schip:) een combinatie van stampen en slingeren
  4. stelen (uit iemands kleding), zakkenrollen
  • rollend materieel
  • Een stuiver kan raar rollen
hoe iets precies afloopt kun je nooit weten

derollenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord rol
     'Hoe is het met je werk? Nog nieuwe rollen in de planning?' 'Het is waar wat ze zeggen,' begin ik dan maar.[3]
     ' '0, en dat is slecht nieuws?' 'Robert! Je weet wel, mijn agent, degene die mijn rollen regelt?' '0w, da's kut ja.[3]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]