rollen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rol·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rollen
rolde
gerold
zwak -d volledig

Werkwoord

rollen

  1. zich wentelend over een oppervlak bewegen
    • De sneeuwbal rolde al groter wordend het talud af. 
  2. (scheepvaart) (van een schip:) een combinatie van stampen en slingeren
  3. stelen (uit iemands kleding), zakkenrollen
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • rollend materieel
  • Een stuiver kan raar rollen
hoe iets precies afloopt kun je nooit weten
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

rollen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord rol
Hyponiemen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen