plus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plus

Voegwoord

plus

  1. en, daarbij
  2. rekenkundige operatie
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord plus plussen
verkleinwoord plusje plusjes

Zelfstandig naamwoord

plus m en o

  1. (wiskunde) +: teken voor (optelling van) positieve getallen
    Deze plus zou een min moeten zijn.
  2. overdrachtelijk: een voordeel
    We moeten alle plussen en minnen eerst eens goed op een rijtje moeten zetten.
Antoniemen

Meer informatie