deficit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·fi·cit
enkelvoud meervoud
naamwoord deficit deficits
verkleinwoord deficitje deficitjes

Zelfstandig naamwoord

deficit o

  1. (medisch) gebrek
Vertalingen