deficit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·fi·cit
enkelvoud meervoud
naamwoord deficit deficits
verkleinwoord deficitje deficitjes

Zelfstandig naamwoord

deficit o

  1. (medisch) gebrek
Vertalingen

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie