spul

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spul
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spul spullen
verkleinwoord spulletje spulletjes

Zelfstandig naamwoord

spul o [2]

  1. materiaal dat je niet precies kunt of wilt benoemen
    • Dit is goed spul! zei de marktkoopman tegen zijn klant. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal


Fries

Zelfstandig naamwoord

spul

  1. spel