klad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klad
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vlek’ voor het eerst aangetroffen in 1465 [1]
  • [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord klad kladden
verkleinwoord kladje kladjes

Zelfstandig naamwoord

klad [4] [5] [6] [7] [8]

  1. o voorlopige aantekening, concept [9]
  2. v / m vlek, smet, mop
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kladden

klad

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kladden
    • Ik klad. 
  2. gebiedende wijs van kladden
    • Klad! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kladden
    • Klad je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen