klad

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klad kladden
verkleinwoord kladje kladjes

Zelfstandig naamwoord

klad [3] [4] [5] [6] [7]

  1. o voorlopige aantekening, concept [8]
  2. v / m vlek, smet, mop
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kladden

klad

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kladden
    • Ik klad. 
  2. gebiedende wijs van kladden
    • Klad! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kladden
    • Klad je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. Woordenboek der Nederlandse taal
  6. Woordenboek der Nederlandse taal
  7. Woordenboek der Nederlandse taal
  8. Woordenboek der Nederlandse taal