pluspunt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plus·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pluspunt pluspunten
verkleinwoord pluspuntje pluspuntjes

Zelfstandig naamwoord

pluspunt o

  1. een aspect dat als voordeel gezien kan worden
    • De grote achterkamer is zeker een pluspunt te noemen. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.