optelling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·tel·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord optelling optellingen
verkleinwoord optellinkje optellinkjes

Zelfstandig naamwoord

optelling v

  1. het samenvoegen van een of meer termen tot een totaal, de som
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be