clear

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • clear
enkelvoud meervoud
naamwoord clear clears
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

clear

  1. (badminton) een hoge slag van achteraan het veld tot achteraan het veld van de tegenstander


Gangbaarheid


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelengelse clere.
stellend vergrotend overtreffend
clear clear clearest

Bijvoeglijk naamwoord

clear

  1. helder
  2. vrij, veilig
    «The coast is clear
    De kust is veilig.
  3. duidelijk
    «Do I make myself clear
    Ben ik duidelijk?
  4. onbewolkt

Bijwoord

clear

  1. helemaal
    «I threw it clear across the river to the other side.»
    Ik gooide het helemaal over de rivier aan de andere kant.
  2. weg van, uit de buurt
    «Stand clear of the rails, a train is coming.»
    Blijf uit de buurt van de leuningen, een trein komt aan.
vervoeging
onbepaalde wijs to  clear 
he/she/it  clears 
verleden tijd  cleared 
voltooid
deelwoord
 cleared 
onvoltooid
deelwoord
 clearing 
gebiedende wijs  clear 

Werkwoord

clear

  1. overgankelijk ontruimen
  2. overgankelijk opruimen
  3. onovergankelijk opklaren