klaren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kla·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
klaren
klaarde
geklaard
zwak -d volledig

Werkwoord

klaren

  1. overgankelijk helder maken
    • Hij klaarde de gesmolten boter om er daarna bij hogere temperaturen in te kunnen bakken. 
  2. ergatief helder worden
    • Deze wijn is vanzelf geklaard. 
  3. overgankelijk overdrachtelijk: redderen, moeilijkheden uit de weg ruimen
    • Geloof maar dat hij in die tijd veel te klaren kreeg! 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl