verachtelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ach·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verachtelijk verachtelijker verachtelijkst
verbogen verachtelijke verachtelijkere verachtelijkste
partitief verachtelijks verachtelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

verachtelijk

  1. waarvoor men geen enkel respect kan opbrengen
    • Zoiets verachtelijks heb ik nog nooit meegemaakt. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.