minst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • minst
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

minst

  1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van min
stellend
onverbogen minst
verbogen minste

Onbepaald hoofdtelwoord

minst

  1. overtreffende trap van weinig: het geringst in aantal of hoeveelheid
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Noors

Woordafbreking
  • minst

Bijvoeglijk naamwoord

minst, m / v / o / mv

  1. onbepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de overtreffende trap van liten

Bijwoord

minst

  1. overtreffende trap van lite


Nynorsk

Woordafbreking
  • mindst

Bijvoeglijk naamwoord

minst, m / v / o / mv

  1. onbepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de overtreffende trap van liten

Bijwoord

minst

  1. overtreffende trap van lite