laden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
laden
laadde
geladen
gemengd volledig

Werkwoord

laden

  1. (overgankelijk) van een lading voorzien
    A. Het laden van het schip duurt nog maar een halve dag.
    B. Voor we op patrouille gaan laden we de wapens met scherpe munitie.
    C. Na het laden van een nieuw programma en data werkt de machine weer als vanouds.
  2. (overgankelijk), (natuurkunde) van elektrische energie voorzien
    Op het terrein zijn aansluitpunten om de accu van uw fiets of auto bij te laden.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

laden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord lade
Synoniemen


Middelnederlands

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid
deelwoord
enkelvoud meervoud
laden loet loeden gheladen
klasse 6 volledig  


Werkwoord

laden

  1. laden
    Sy loeden waghene ende karren ende voeren henen sonder merren.