inladen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·la·den
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van laden met het voorvoegsel in-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inladen
laadde in
ingeladen
gemengd volledig

Werkwoord

inladen

  1. (overgankelijk) een voer- of vaartuig van een lading voorzien
    De vrachtauto is nu bijna geheel ingeladen.