Naar inhoud springen

vullen

Uit WikiWoordenboek
  • vul·len
  • In de betekenis van ‘vol maken’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1] [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vullen
vulde
gevuld
zwak -d volledig

vullen

  1. overgankelijk vol maken
    • Kun jij die prullenbak even vullen met dat papier daar? 
     'Ik ben altijd van mening geweest dat je een neerslachtige stemming kunt bestrijden door je maag te vullen,' zegt hij.[3]
     Mijn rugzak was gevuld met eten voor negen dagen en de zon was weer even heet als altijd.[4]
     Pas na lange tijd was ik ontspannen genoeg om de fles te vullen.[4]
  2. opvullen.
    • Jij kan je tijd hier wel vullen. 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. "vullen" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. vullen op website: Etymologiebank.nl
  3. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  4. 1 2
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be