laadruim

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • laad·ruim
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord laadruim laadruimen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

laadruim o [1]

  1. (scheepvaart) ruimte in een schip, waarin goederen geladen kunnen worden

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen