laadklep

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

0:10 automatische laadklep
Uitspraak
Woordafbreking
  • laad·klep
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord laadklep laadkleppen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

laadklep v/m [1]

  1. een klep die de laadruimte van een schip of vrachtwagen afsluit maar in neergeklapte toestand kan dienen voor het laden en lossen van de vracht
    • Dan parkeert op de hoek van de straat een zwart busje. Een aantal mannen in donker pak springt uit de auto en begint druk in walkietalkies te praten. De laadklep gaat open en er wordt heel voorzichtig een gemotoriseerde rolstoel uitgeladen. Een man zit bewegingsloos in de stoel. Ik herken onmiddellijk het silhouet van de beroemdste wetenschapper van onze tijd. Stephen Hawking is ook in town. [2] 
  2. (pejoratief) mond

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Pia de Jong 26 april 2016
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be