ontladen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·la·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontladen
ontlaadde
ontladen
zwak -d

gemengd

volledig

Werkwoord

ontladen

  1. overgankelijk iets (bijv. een dier, voertuig enz.) van zijn last ontdoen
    • Het ontladen van het voertuig. 
  2. overgankelijk (natuurkunde) iets van zijn elektrische lading ontdoen
    • Het laden en ontladen van een condensator. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: ontladen…
geen verbogen vorm

ontladen

  1. voltooid deelwoord van ontladen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be