laadbrug

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Laadbrug
laadbrug
Uitspraak
Woordafbreking
  • laad·brug
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord laadbrug laadbruggen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

laadbrug v/m [1]

  1. (verrijdbare) brug met hijskraan
  2. brug die een schip met de wal verbindt
    • Stapvoets waggelen tientallen trailers maandagmiddag over een laadbrug de buik van de European Seaway binnen. De waarneming is op afstand: de terminal van Zeebrugge waar de vrachtferry's van rederij P & 0 Stena naar Dover vertrekken, is voor buitenstaanders verboden terrein.[2] 
    • De route van het parkeerterrein naar de laadbrug van de veerboten voert onder een viaduct en langs een hoger gelegen weg. 'Vaak springen de mensen hier naar beneden, of mikken ze op het dak van een vrachtwagen. Dit punt biedt het voordeel dat de trucks de douane al gepasseerd zijn.[3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen