verladen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·la·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verladen
verlaadde
verladen
zwak -d

gemengd

volledig

Werkwoord

verladen

  1. een lading laten vervoeren door een vervoerder
    • We lieten de vracht verladen met de transportonderneming om de hoek. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
verladen

verladen

  1. voltooid deelwoord van verladen
Vertalingen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.

Verwijzingen