gewoon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·woon
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘gewend, gebruikelijk’ voor het eerst aangetroffen in 1236 [1]
  • [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gewoon gewoner gewoonst
verbogen gewone gewonere gewoonste

Bijvoeglijk naamwoord

gewoon

  1. zoals gebruikelijk
    • Het is gewoon en niets bijzonders. 
    • Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg 
  2. alledaags, normaal
    • Dit zijn gewone mussen. 
  3. iets ~ zijn: ergens aan gewend zijn
    • Zij waren gewoon 's zondags naar de kerk te gaan. 
Vaste voorzetsels
  • gewoon zijn aan
Antoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen