gewoon

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·woon
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gewoon gewoner gewoonst
verbogen gewone gewonere gewoonste

Bijvoeglijk naamwoord

gewoon

  1. zoals gebruikelijk
    • Het is gewoon en niets bijzonders. 
    • Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg 
  2. alledaags, normaal
    • Dit zijn gewone mussen. 
  3. iets ~ zijn: ergens aan gewend zijn
    • Zij waren gewoon 's zondags naar de kerk te gaan. 
Vaste voorzetsels
  • gewoon zijn aan
Antoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen