gewoon

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·woon
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gewoon gewoner gewoonst
verbogen gewone gewonere gewoonste

Bijvoeglijk naamwoord

gewoon

  1. zoals gebruikelijk
    Het is gewoon en niets bijzonders.
    Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg
  2. alledaags, normaal
    Dit zijn gewone mussen.
  3. iets ~ zijn: ergens aan gewend zijn
    Zij waren gewoon 's zondags naar de kerk te gaan.
Vaste voorzetsels
  • gewoon zijn aan
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen