gewoon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·woon
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘gewend, gebruikelijk’ voor het eerst aangetroffen in 1236 [1]
  • [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gewoon gewoner gewoonst
verbogen gewone gewonere gewoonste

Bijvoeglijk naamwoord

gewoon

  1. zoals gebruikelijk
    • Het is gewoon en niets bijzonders. 
    • Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg 
     Volgende week ga ik, denk ik, gewoon naar kantoor, we zitten daar maar met een man of vier. Maar als iemand straks hard gaat hoesten in de trein zonder zijn mond te bedekken – en dat gebeurt nogal eens – ga ik wel ergens anders zitten.[3]
  2. alledaags, normaal
    • Dit zijn gewone mussen. 
  3. de gewone man: iemand die niet erg rijk is
     Voor het eerst trok de gewone man naar het zuiden, in zijn net aangeschafte 2 CV, Renault Dauphine of Simca Aronde - en een decennium later in een Citroën Ami of Peugeot 404. 'Parijs wordt een buitenwijk van Valence, een voorstad van Saint-Paul de Vence', zong Charles Trenet in 1955 in zijn klassieker Route Nationale 7.[4]
  4. iets ~ zijn: ergens aan gewend zijn
    • Zij waren gewoon 's zondags naar de kerk te gaan. 
Vaste voorzetsels
  • gewoon zijn aan
Antoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. "gewoon" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. gewoon op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink Weblink bron Charlotte Huisman “Wie neemt er nog de trein op een stil Utrecht Centraal?” (13 maart 2020), de Volkskrant
  4. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be