gebruikelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·brui·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gebruikelijk gebruikelijker gebruikelijkst
verbogen gebruikelijke gebruikelijkere gebruikelijkste
partitief gebruikelijks gebruikelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

gebruikelijk

  1. naar gewoonte, zoals men regelmatig doet
    • De gebruikelijkste wijze van optreden in zo'n geval is zich snel te verontschuldigen. 
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Zoals gebruikelijk.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.