normaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nor·maal
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van norm met het achtervoegsel -aal
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen normaal normaler normaalst
verbogen normale normalere normaalste

Bijvoeglijk naamwoord

normaal

  1. gangbaar, gewoon [1]
    Dat is een normale manier om een aanbod af te slaan.
  2. als norm dienend
  3. (wiskunde) (natuurkunde) loodrecht (normaalkracht, normaalvector) [2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord normaal normalen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

normaal v / m

  1. (wiskunde) loodlijn
  2. (meteorologie) gemiddelde waarde over een lang tijdsverloop
  3. benzine met een lager octaangetal dan superbenzine


Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl