speciaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spe·ci·aal
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bijzonder’ voor het eerst aangetroffen in 1265 [3]
  • afgeleid van het Latijnse 'speciēs' soort met het achtervoegsel -aal [4]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen speciaal specialer speciaalst
verbogen speciale specialere speciaalste
partitief speciaals specialers -

Bijvoeglijk naamwoord

speciaal

  1. op een positieve manier anders dan het andere
  2. uitzonderlijk, zich onderscheidend
    • Zijn speciale kleding is ongewoon 
  3. ongewoon
  4. opvallend
  5. in het bijzonder
    • Hij deed speciaal zijn best op dat schilderij 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 Bron: het Uitspraakwoordenboek van Josée Heemskerk en Wim Zonneveld (Het Spectrum, 2000, ISBN 902744482X).
  2. Het Uitspraakwoordenboek van Josée Heemskerk en Wim Zonneveld (Het Spectrum, 2000, ISBN 902744482X) geeft geen vermelding van een afwijkende uitspraakvariant van dit en andere woorden bij de standaardtaalsprekers in Nederlands-Limburg.
  3. "speciaal" in: Sijs, N. van der Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen. 2e druk (2002) Veen, Amsterdam / Antwerpen; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. speciaal op website: Etymologiebank.nl