Naar inhoud springen

gewoonlijk

Uit WikiWoordenboek
  • ge·woon·lijk
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen gewoonlijkgewoonlijkergewoonlijkst
verbogen gewoonlijkegewoonlijkeregewoonlijkste
partitief gewoonlijksgewoonlijkers-

gewoonlijk

  1. zoals de ervaring leert dat het meestal is
  1.  Zouden we hier weer zoals gewoonlijk de maand augustus doorbrengen? Zouden we elk weekend terugkomen als Malcolmm Als Malcolm.[1]
     Hoewel ik gewoonlijk niet over mijn ouders sprak, voelde ik me nu toch verplicht om door te gaan.[2]
    • Dat is de gewoonlijkste zaak van de wereld. 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Tatiana Rosnay
    “Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be