saai

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • saai
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vervelend’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1844 [1]
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘weefsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1277 [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen saai saaier saaist
verbogen saaie saaiere saaiste
partitief saais saaiers -

Bijvoeglijk naamwoord

saai

  1. vervelend
  2. oninteressant, eentonig
    • Het landschap waar hij doorheen reed was erg saai en bestond vooral uit eindeloze velden met maisplanten. 
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen