firma

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fir·ma
enkelvoud meervoud
naamwoord firma firma's
verkleinwoord firmaatje firmaatjes

Zelfstandig naamwoord

firma v/m

  1. een handelsvennootschap waarbij de vennoten hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk zijn
    Kunnen wij die producten allemaal bestellen bij die firma?
  2. een zaak of bedrijf
    We hebben weer eens een nieuwe firma in de stad.
Vertalingen


Spaans

enkelvoud meervoud
firma firmas

Zelfstandig naamwoord

firma v

  1. firma
  2. handtekening

Werkwoord

vervoeging van
firmar

firma

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van firmar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van firmar