boerderij

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een boerderij.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boer·de·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boerderij boerderijen
verkleinwoord boerderijtje boerderijtjes

Zelfstandig naamwoord

boerderij v

  1. (landbouw) een woning met bedrijfsruimte van een boer
    Hij wilde er op een boerderij een plattelandsbestaan opbouwen, maar had geen rekening gehouden met de primitieve omstandigheden en mores in deze uithoek van het land.[2]
  2. (landbouw) een onderneming van een boer
    James Small begrijpt het wel. Zijn boerderij, die hij samen met zijn vader en oom runt, strekt zich uit tot aan de Cheddar Gorge, de grotten waarin de gelijknamige kaas oorspronkelijk werd gerijpt. Ruim 222 hectare hebben de Smalls, en ze huren nog eens 243 hectare. Ze houden schapen, koeien, varkens en sinds een paar jaar kun je op Warren Farm ook in houten huisjes luxe ‘kamperen’.[3]
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Ger Groot NRC 8 juni 2016
  3. Titia Ketelaar NRC 27 mei 2016